Allerzielenvesper – zondag 3 november

Allerzielenvesper
Officium Defunctorum – Tomás Luis de Victoria
Zondag 3 november, Hooglandse Kerk
Aanvang 20:15 uur
Toegang vrij

Jaarlijks zingt de Leidse Cantorij op de zondag na Allerzielen een requiem. Dit jaar gaan we ver terug in de tijd en zal het Officium Defunctorum (dienst voor de doden) uit 1603 van Tomás Luis de Victoria op de lessenaars liggen.

Mystiek, warm, sonoor en zeer expressief: dit requiem is een onbetwist hoogtepunt uit de “Gouden Eeuw” van de Spaanse muziekgeschiedenis, en de componist ervan wordt beschouwd als een van de meesters van de renaissance, schrijvend in de polyfone stijl. De Victoria schreef zijn zesstemmig requiem voor de gedenkdienst van de zus van Philips de Tweede. Keizerin Maria overleed in 1603 in het koninklijke klooster van de blootvoets gaande Clarissen, waar zij zich had teruggetrokken na de dood van haar echtgenoot Keizer Maximiliaan de Tweede. De mis werd gedrukt in 1605, en was daarmee het laatste gepubliceerde werk van De Victoria, die in 1611 overleed.

De uitgave uit 1605 kent naast de gebruikelijk onderdelen van een requiemmis ook nog enige andere liturgische koorstukken: zoals het vierstemmige “Taedet anima meam”, een tekst uit het bijbelboek Job, en het motet “Versa est in luctum”.  Dit motet wordt tijdens de Allerzielenvesper geflankeerd door een ander zesstemmig motet, “Audivi vocem de caelo”, een tekst uit Openbaringen getoonzet door de Portugese componist Duarte Lobo. Tussen de a capella koordelen door, speelt organiste Willeke Smits enige Spaanse orgelwerken uit dezelfde tijd (17e eeuw), op het De Swart/Van Hagerbeer-orgel, dat dateert uit 1565/1637. Het inleidende en afsluitende gebed van deze Allerzielenvesper wordt uitgesproken door liturg ds. Margreet Klokke.